Een subtiel begrip. Het recht om doorgang te hebben, ondanks dat het pad  over land van anderen gaat. Niet alleen een subtiel begrip, het is met name vooral een recht voor vrijheids beleving.

Twee weekenden geleden was het Limburgse heuvelland vol met Nederlanders die hun vrijheids gevoel kamperend  kwamen beleven.
‘echt het idee dat je op vakantie bent…… hiero,…. is zo buitenlands Sjaan’
Terwijl het aangenaam lente weer zomers aan voelde, liep het gezin Haanappel door de heuvels te struinen. Een van de favoriete wandel gesprekken gaan meestal over het maken van vakantie plannen. Met name de koters voelen zich vurig betrokken en ventileren hun idee: huizen ruil, liefst met een Zuid-Europees gezin.
Ik opper voor de verandering dat kamperen hier in Nederland helemaal niet slecht is. Inmiddels weet ik dat slecht weer ook heel normaal is aan de Tarn of in Apt en dat het enorm kan hozen in de Ardeche en de Creuze.
Nee, kamperen in eigen land lijkt me wel wat.

Als we door een draaihekje gaan, lopen we ineens een camping op. De route loopt dwars door een immens weiland van kamperen bij boer Vaos. Het hele veld staat mud vol met sleurhutten en iglo’s.
Direct achter het draaihek hebben een stuk of wat dikbuikige 50 plussers een partytent opgezet en terwijl hun echtgenotes de bbq proberen aan te steken, poetsen zij hun oldtimers op. De oude sportwagens staan glimmend de andere kampeergasten aan te gapen.
Een man met witte sportsokken in zijn nep - teva’s,  komt met een teiltje afwas onze kant op. Hij heeft blijkbaar onze verbazing  gezien en wijst ons waar we het veld over moeten steken. We kijken onze ogen uit. Op een camping maakt het ineens niet meer uit hoe je erbij loopt. Naast de zak aardappels staat het senseo apparaat, zelfs de kat reist aangelijnd ook mee.
Wat me vooral bijblijft is de dikbuikige 50 plussers, die amstel kratten stapelen.  Is dit het  Ultieme Nederlandse kamperen?
M. geneert zich en trekt me zo snel mogelijk het veld over. Toop en Roos zien er nog wel de lol van in, maar in het draaihekje word ik tegen gehouden door Caat.
‘NEE, we gaan niet in Nederland kamperen, dan ga je maar alleen’

Buiten regent het. Ik fantaseer over geulen om de tent graven, kaplaarzen en zuidwesters. Wolken die over de einder scheren, altijd tegenwind en zo genieten als mijn pad rechtdoor gaat.

Secret South, deze woorden spoken door mijn hoofd en hameren aan de binnenkant tegen mijn netvlies. Verwachtingen spatten op als regendruppels en beklijven met zoete herinneringen. Een weekend trappen door de Ardennen kan de eindeloze stroom niet stoppen. De roep om avontuur teistert mijn concentratie en striemt een langgerekte hunkering.

Samen met Toop doe ik de boodschappen in ons winkelcentrum.
Achter de kassa van de Blokker zit een dame dromerig voor zich uit te staren. Haar pretoogjes glinsteren. Vanaf het serviesrek  observeer ik haar. Lang geblondeerd haar, dat zo droog is dat het een bos stro lijkt. In elk oor 4 ringen en vermoed dat ze volledig gepierced zal zijn. Toch is de strikte kledingcode van de Blokker duidelijk; allemaal dezelfde kleding en geen opsmuk of aanstootgevende uiterlijkheden.
Omdat Toop buiten op het plein loopt te stuiteren, neem ik de tijd haar te observeren. Haar intens dromerige blik intrigeert me. Ik piel wat met kop en schotels en trek wat deksels van pannen. Ondertussen kijk ik tussen de rekken door en probeer haar gedachten te peilen. Ze bijt op haar lip en sluit haar ogen, ze lijkt compleet op te gaan in haar herinnering. Ik kan alleen maar raden naar haar roerselen. Ik doe een poging dichterbij te komen.
Wreed gestoord door een harde joviale klap op mijn schouder, word ik vrolijk begroet. Met een ruk draai ik me om en kijk omhoog naar een 2 meter boomlange Manuel. Mijn ex-pupil uit een vorig leven. Hij lispelt weer een onsamenhangend verhaal aan elkaar. Compleet vreemd en bij iedere hap lucht ontwaar ik zijn zilveren clitoris op zijn grijze lap. Vlagen van het gesprek probeer ik te ontwarren, maar ze zijn te fragmentarisch om er  een geheel van te maken
…………..politie………..gevecht…………uithuiszetting……..ouders…………batje……….ik……..batteraaf………….internaat………..bij de keel grijpen…….hoe heet je ook al weer?
Ik kijk langs hem heen. Haar pretoogjes zijn verdwenen. Ik luister naar zijn waterval van woorden die door blijven vallen in een eindeloze stroom debiliteiten.
‘Ik, ik ben Bram’
De dame achter de kassa is er weer bij en met een glimlach van oor tot oor is ze het  stralende middelpunt van de Blokker.
Manuel en ik lopen samen het plein op. Ik zie Toop die op de wipkip van de super aan het punken is.

‘Laat je niet gek maken’ zeg ik tegen Manuel als ik samen met Toop weg fiets. Even zie ik een glimlach om zijn verbeten mond. Hij steekt een hand op alsof hij wil zeggen dat het wel goed komt. Ik betwijfel dat.
Secret South, in het winkelcentrum, een klein stilleven van een avontuur. Te mooi om zachtjes te laten verdwijnen.

Een naderend ontslag werkt verlammend, zie ik om me heen. Er wordt alleen maar gepraat en gespeculeerd.
De mededeling had ’s ochtends gonzend de gemoederen bezig gehouden. Er ontstond een zenuwachtige trek naar het middelpunt van het gebouw. Niemand wist iets en in die onzalige onwetendheid nam de spanning toe. Ik wist direct dat het slecht nieuws was, terwijl er niks gecommuniceerd werd. Toch voel je dit aan, in een periode dat crises het zwevende woord is en zelfs tot in de slaapkamer merkbaar is. De voortekenen waren al gegeven in de roadshow van een aantal weken geleden. Bejubeld werd onze drive en het geweldige resultaat dat we met z’n allen bereikten. De spreekwoordelijke broekriem moest wel worden aan getrokken. De economisch recessie zou ook ons bedrijf raken.  De mededeling ’s middags tartte de loyaliteit. Veel sneller dan gedacht en gevonden worden we nu gesnoerd en al een week lang hangt een zwaard boven onze hoofden, het Damocles staal zal ongenadig hakken.
Ik laat het gelaten op me af komen en kijk vooral naar de reacties van mijn collega’s en wat het met ze doet. De effectiviteit verwordt tot een schimmig spel waarin ware gezichten tot uiting komen. Het is de onzekerheid die tot frustratie en spanning laat ontvlammen in excessief gedrag.
Ik heb nu een week de tijd gehad om te kunnen relativeren. Een week waarin ik heb kunnen nadenken. Dit stemt me mild en is voor mij een duidelijk signaal dat ik niet afhankelijk ben van de willekeur die nu aan het ontstaan is.
Laat het zwaard maar hakken, doe het snel, netjes en met respect.

‘We zoeken gekken die op de fiets de Alpen over willen, voor het goede doel dan’

Een klein berichtje op ons intranet, een heel klein berichtje dan. Niets zeggend, er zo overheen lezend klein berichtje, om daarna weer heel snel aan het werk te gaan en er vooral……..VOORAL niet bij stil te staan. Omdat het zo’n klein berichtje was, bleef het ook niet hangen en hield het me niet bezig. Stel je voor dat dit soort memo mij uit mijn concentratie zou houden.……………

Ik ben gek

Met een harde klap wordt de deur van mijn kantoor dicht gegooid. “Zo, die is dicht” denk ik. Met een rode kop en duidelijk toe aan een goed gesprek komt hij aan mijn bureau staan.
“en nu heb ik er genoeg van!”
Ik kijk hem aan, grote vent, stekeltjes. Armen als boomstammen en een grote draak als tatoeage die onder zijn hemd vandaan kruipt. Met draken moet je uitkijken. De draak symboliseert de synergie tussen de vier elementen uit de oudheid. Uit deze samensmelting komt de oerenergie. In mijn achterhoofd begint de alarmering te werken en besef heel voorzichtig te moeten zijn. Draken leveren als een symbolische slagader positieve energie, maar wees voorzichtig met het vuur, wanneer dit omslaat in boosheid. Ondertussen schreeuwt hij zijn verhaal. Uit de flarden die ik begrijp, is een futiliteit de ontsteker voor zijn drift en frustratie.
“en ik moet trouwen……”
Grote tranen rollen over zijn stoppelkin. Als een klein jong zit hij voor over gebogen te snikken. Zijn gezicht verdwijnt in de kom van zijn grote handen.
Ook in een digitale wereld is menselijkheid een niet te verwaarlozen item. Wat weten we eigenlijk van onze collega’s? Het vluchtige bestaan is een verarming.
“ze is een draak”

Oei…….

Twee volslagen vreemden zitten aan de bar

de witte:     windje he?
plakband:    jij bent gek!
de witte:     klopt, maar hoezo?
plakband:    gewoon blazen
de witte:     blazen?
plakband:    Ja kijk, zo blaas je de schuimkraag weg
de witte:     ken je die al van die eendjes?
plakband:    nee
de witte:     die zwommen
twee vingers gaan door het bier van plakband
plakband:    oh, je wilt zeggen dat het stormt?
de witte:     en dan begin jij met blazen
de witte:     ober, twee biertjes
ober            ik kom er aan
de ober wordt door de wind opgepakt en valt neer achter de bar
de witte:     en neem er zelf nog een
ober            dank u
plakband:    lijkt me een buitengewone ervaring
de ober staat op en tapt de biertjes. Als hij er een slok van wil nemen slaat een windstoot het schuim in zijn gezicht
de witte:     ach, kijk die arme man toch eens
plakband:    ik zei toch dat hij moest blazen!
de witte:     storm in een glas bier
plakband:    weet jij trouwens hoe laat het is?
de witte:     nee
plakband:    het is 8 uur geweest
de witte:     oh, dan kan ik de trein nog halen
de witte:     weet jij waar het station is?
plakband:    eh, nee
de witte:     nou dat is deze straat uit, derde links, rotonde rechtdoor en volgende dorp na de schuur rechts
plakband:    fijn bedankt, wil je zometeen als je weggaat niet zo hard met de deur slaan?
de witte:     waarom niet?
plakband:    omdat je beter een honkbalknuppel kunt gebruiken, minder zwaar als de deur, net zo effectief

Heel in de verte zie ik aan zijn houding dat hij het is. De contouren van zijn lichaam, de beweging van zijn armen, de motoriek van zijn handen.
Buiten is het koud. Koude winterse windvlagen die vochtig zijn van de natte sneeuw teisteren het gebouw. Met kracht 6 schieten zwarte wolken over Maastricht. Onder het afdakje staat hij, in zijn eentje. In zijn eentje diep weg gedoken in zijn oversized coat. Verkleumde blauwe vingers draaien een sigaretje, met moeite. Met moeite gaat de brand erin, de eerste zucht en een verslaafde glimlach siert zijn blauwe lippen. Een plastic bekertje met koffie verwarmen zijn handen. Ver weg gestopt van de toegang staat een grote asbak. Ver weg gestopt staat hij te roken, zijn pauze te verdoen in gedachten verzonken.
Heel in de verte zie ik hem staan. Terwijl een nieuwe vochtige met sneeuw bezwangerde  windvlaag zijn rook onder het afdakje voort blaast krijg ik medelijden met hem. De eenzame roker; verstokt en vergroeid met 10 centimeter genot, surviver; vast van plan zijn ding te blijven doen, maar eenzaam.

De overstap naar een nieuw jaar gaat nooit onopgemerkt. Na de winterslaap van een paar maanden stormt , met slaapkorrels, de gehele goegemeente door de burelen. De goede voornemens, ze duren hooguit 8 weken: dan is het carnaval.
Stoeptegel en Badmuts hebben het afgelopen half jaar geyoutubed en gehyved. Weten alles over aarsjesbleek, lippenliften en tiettillen. Hebben de vakantie geboekt, struinen marktplaats af naar koopjes. Zijn gefacebooked en gelinkedin en houden er een chatrelatie op na.
Na half 5 trappen ze af naar de kroeg om de hoek voor een afzakkertje en een lijntje. Om 6 uur staan ze geil naar elkaar te loensen in de sportschool. Ze trekken aan wat gewichtjes en hebben het “oh zo druk, druk druk druk”. De intelligentie van beide is te verwaarlozen, om al helemaal niet te spreken over sociale intelligentie.
Ik volg Stoeptegel en Badmuts de komende tijd, ze zijn het prototype werknemer.Badmuts stelt Stoeptegel een moeilijke vraag. Stoeptegel, op dat moment met iets anders bezig trekt fronsend zijn wenkbrauwen op. Helemaal niet gewend aan de vier woorden die Badmuts er kirrend weet uit te kakelen, klikt de digitale porno mop van zijn scherm en kijkt haar aan. Een ongeschreven wet schrijft voor dat Stoeptegels Badmutsen niet in de ogen kijken, maar standaard 25 cm lager. Tegen haar borsten antwoord hij: “een 6je graag”. Geen belediging voor beide, maar het nu eenmaal het nummer van de consumptie uit de  koffieautomaat.
Zijn voornemens hebben het een dag volgehouden, hij krabt eens aan zijn kont en ruikt aan zijn vinger. Badmuts swingt heup zwaaiend met het treetje over de gang. Hij ruikt nog eens. Het lijkt wel of er een oorzakelijk verband is tussen zijn vinger en haar tred. Zichtbaar opgewonden legt hij iets recht en gaat anders zitten.
Hij kijkt gelukkig. Haar is zijn blik niet ontgaan. Badmuts is blij voor hem. Hij heeft de komende tijd tenminste iets te doen, Ze was oprecht bang dat hij bevangen zou worden door het ‘bore-outvirus’.


Zondagmorgen, mijn biologische klok wekt me. Ik schuifel naar het raam en trek de luiken open.
Een grijze ochtend grijnst me genadeloos aan. Aan de binnenkant van mijn hoofd trekken de legers van nachtelijke legioenen zich samen. Een meter lager is het gevecht der giganten al los gebarsten, geroffel in mijn darmen, met veel lucht geschutter strijden hartige taart en rode wijn met bockbier en rijstevlaai om de eerste doorgang en borrelen lustig na.
Boven de heuvels drijven slierten dwaallichtjes,  indrukwekkend  en waterkoud. Ik vervloek mezelf zittend op de rand van het toilet.  Uitgerekend vandaag zou ik door de modder moeten vlammen, maar wanneer ik in aanraking zou komen met vuur,  zou ik een rennende molotovcocktail cocktail zijn.
In rust bereid ik me voor. Het huis is in stilte, allen zijn ver weg en zien de dag aan de binnenkant van hun oog luiken aan zich voorbij gaan. Geruststellende gedachte dat er nog verstandige mensen dit huis bevolken.
Op de fiets verbijt ik de snijdende wind die mij vanuit het noorden zuidwaarts duwt. ACDC  en de stevige tred van de pedalen zorgen voor de juiste stemming en langzaam ontwaak ik.
De inspanning is mijn warming-up, ben te laat van huis gegaan om nog een rondje rek & strek te doen.  Bij de plaatselijke voetbal vereniging kan ik mijn tenue in orde maken, bevestig de chip die mijn tijden registreert. In de kantine, ik kom al eeuwen niet meer in voetbalkantines, dreunen de boxen plaatselijke smartlappen en het bier schuimt rijkelijk blond.  De  spelersvrouwen zien er ook hoogblond uit.
Met mijn startnummer strak op mijn buik geprikt ren ik naar het vertrekpunt. Opeen gepakt is het wachten op het schot. De lucht is bezwangerd van tijgerbalsem, ik lever aardse gassen, maar het ontgaat me wat mijn mede renners er van vinden.
Na de eerste bocht verdwijnen we in een oplopend weiland.  Hier voel ik direct waar het in deze wedstrijd omgaat. Het gaat helemaal niet om de snelste te zijn, hier strijd je tegen jezelf. Deze 15.6 kilometer moet je doorbuffelen, verstand uitschakelen en de pijn verbijten.
Door de modder ren ik verder, ik registreer al helemaal niet meer welke muziek ik op mijn oren heb, ik voel alleen de cadans die me de heuvels over jaagt.

trappenpad.JPG
Bovenaan het trappenpad staat Paul me met zijn dochter Anne op te wachten. Een heerlijk moment van herkenning. De laatste meters loop ik in een pijnlijke roes, schakel alle emoties uit en al schetend kom ik na 1:23 over de meet.  Hartverwarmend word ik verwelkomd door Caat & Roos.

Buiten spelen kerels een potje, veel geschreeuw en getrek, weinig beweging.  In de voetbalkantine zitten hun  blondines achter het glas aan het bier.

Zomaar een actieve zondag in het heuvelland. Ik heb mijn geursporen achter gelaten en er een goed gevoel aan over gehouden.

De trein wordt drukker naarmate we dichter de randstad naderen. Het lijkt de dikke kerel die tegenover me zit niet te deren. Zijn vette lijf zucht langzaam op en neer in golvende bewegingen; adem in, adem uit. Zijn ontbijt, dat langzaam uit de mondhoeken zijn baard door het slaapkwijl in stroomt, glinstert in het zwakke ochtendlicht. Ik moet even denken aan de reclame van de behulpzame dame bij het busstation, maar heb niet het lef een beflapje onder zijn kin te leggen. Ik vermoed een ambtenaar. Eerste klas kaartje, OV jaarkaart, geitenwollen sokken, gezondheidschoenen. Stropdas en jasje uit het jaar nullekes. Ambtenaar cultuur en welzijn. Een leerzaam proces te forenzen tussen Maastricht en Amsterdam. Bekijk met lede ogen reizend en werkend Nederland eerste klas. Het imago heeft de trein niet mee. Wat een chagrijn, wat een humeur, pure belegenheid. In dit ochtend gebed toch een lichtpuntje. De dame schuin tegenover me glimlacht naar me. Ik lach terug. Wakkere morgen gedachten ontspinnen in de verre gedrochten van mijn bewustzijn. De verzameling en de opeen gepakte medereizigers vragen om nadere beschouwing. Vanzelf neemt mijn fantasie een loopje met me.
Vraag me af hoe de ambtenaar zijn dag door gaat brengen. Hoe kan hij beleid gaan maken terwijl hij nu al moe is? Misschien is beleid maken wel erg intensief? Of heeft hij de nacht doorgebracht en tantra sex gehad met een stel dampende negerinnen. Kan ik van de lachende dame niet zeggen, ze zou wel willen, maar haar kerel was na de voetbalwedstrijd met een fles bier in zijn handen op de bank in slaap gevallen. De bank employee naast me heeft zulke glimmende schoenen. Dat doet hij,  schoorvoetend, staand bij de coffeecorner, om onder de rokken van zijn collega’s te kunnen kijken. De stuurse bril wil eigenlijk helemaal niet naar zijn werk. Zijn blouse is ongestreken en zijn sales outfit is gekreukt. Met een humeurige blik zit hij friemelend met zijn huissleutel naar buiten te staren.
Veel te snel ben ik in Amsterdam. De lachende dame drukt me een briefje in mijn handen. In een mum van tijd stroomt de trein leeg. Culturo Vetzo veegt met een smoezelige  zakdoek zijn baard af. De forens heeft een startsein gekregen. De trein is alleen maar een springplank, de forenzende mens als vluchteling van zijn gedachten.
Voor het station ontvouw ik het papiertje en zie nog net de eerste drie cijfers van een mobielnummer als een rukwind mijn verbazing uit handen blaast.

Next Page »